Aanpak Previvet

De volgende factoren bepalen de fertiliteit op uw bedrijf:

  • Gezondheid van de koeien.
  • Spermakwaliteit en stierenkeuze.
  • Bronstdetectie, inseminatie techniek en voortplantingsbeleid.
  • Stalomgeving en voeding.
Soms zorgt slechts één factor voor de gedaalde vruchtbaarheid, maar vaak zijn er meerdere oorzaken.
Previvet bekijkt steeds het totale plaatje, zodat de zwakke schakels op uw bedrijf snel wordt gevonden en aangepakt.
Praktisch doen we dit als volgt:
-Bij een eerste bezoek gaan we de bedrijfssituatie onderzoeken, zodat we weten waar het probleem zich juist bevindt.
  • De koeien die nog niet drachtig zijn worden met de echo gescand. Hierbij wordt gelet op afwijkingen bij de koe (zoals stilliggende eierstokken, cysten, pyometra, ontsteking van de vagina, pneumovagina, vergroeiingen enz.).
  • Er worden stalen genomen om na te gaan of er bepaalde dierziekten meespelen zoals BVD, IBR, neospora enz.
  • De nutritionele status van de koeien wordt gecheckt. Hiervoor nemen we stalen of doen we een conditiescore van de dieren en wordt het droogstandsmanagement onder de loep genomen.
  • De stalomgeving wordt geëvalueerd.
  • Met een kreupelheidscore gaan we na of de dieren hun poten goed genoeg zijn om duidelijk bronst te vertonen.
  • Alle vruchtbaarheidsgegevens waarover u beschikt worden onderzocht. Zeker bij fertiliteitproblemen zijn goed bijgehouden kalf- en bronst gegevens onmisbaar.
We hebben nu een idee van de precieze omvang van het probleem en de oorzaken ervan. In samenspraak met u, stellen we streefdoelen op. Bijvoorbeeld verkorten van de tussenkalftijd met 20 dagen.
Om deze streefdoelen te bereiken stellen we praktische maatregelen voor, specifiek voor uw bedrijf.
Volgende bezoeken om de 4 à 6 weken: Fouten in bijvoorbeeld de droogstand kunnen snel worden aangepakt, maar u zult pas ten vroegste 3 maanden later een verbetering zien in de vruchtbaarheid: De dieren moeten eerst deze verbeterde droogstandsperiode doormaken, vervolgens duurt het nog 2 maanden voor dat u deze dieren kan insemineren en pas een maand later kan er drachtdiagnose gebeuren.

Daarom moet ook op korte termijn extra inspanningen geleverd worden. De snelste en goedkoopste methode om de resultaten te verbeteren, is de bronstdetectie eenvoudiger of overbodig te maken. Dit doen we door elke maand of elke 2 maanden langs te komen. Hierbij worden alle dieren die meer dan 60 dagen gekalfd hebben en nog geen bronst getoond hebben gescand. Afhankelijk van wat het scannen oplevert, starten we een hormonaal programma, zodat u precies weet wanneer het dier tochtig zal worden. Bij dieren die meer dan 100 dagen hebben gekalfd en zich in het juiste cyclusstadium bevinden starten we een programma, waarbij de koe ten laatste 10 dagen later kan geïnsemineerd worden, of u ze nu tochtig gezien heeft of niet.
Op deze mannier spelen we uiterst kort op de bal.

Evaluatie van aanpassingen die verbetering geven op middellange termijn: Zoals hierboven werd aangehaald, kan je het effect van een aantal doorgevoerde maatregelen pas enkele maanden later meten. We starten hiermee van zodra het kan en sturen bij indien nodig.