Jongvee in cijfers

Jongvee opfokken is investeren in de toekomst. Wanneer een pink hoogdrachtig is, heeft ze u gemiddeld al 1300 gekost. Pas wanneer de dieren afkalven gaan ze geld opbrengen. Besparen op opfok, geeft echter meestal dieren die later ook weinig geld opbrengen.
Het aantal aan te houden vaarskalveren is afhankelijk van:

  • De leeftijd bij eerste kalving.
  • De tussenkalftijd van de melkkoeien.
  • Het jaarlijks vervangingspercentage.
In de volgende tabel is het vervangingspercentage en de leeftijd bij eerste kalving opgenomen. Het aantal vaarskalveren (per 100 melkkoeien) dat op het bedrijf moet aanwezig zijn, staat dan schuinsgedrukt.

Vervanging-
percentage
Leeftijd bij eerste kalving in maanden
22
24
26
28
30
26
53
58
63
67
72
30
61
67
72
78
83
34
69
76
82
88
94
38
77
84
92
99
106
42
86
93
101
109
117

Sterke duurzame dieren een eerste keer laten afkalven tussen 22 en 24 maanden is het uiteindelijke doel.
Bij Holsteins zijn er twee belangrijke controlepunten:
  • Gewicht bij inseminatie: Dit moet minimum 380 Kg zijn (komt overeen met een borstomtrek van 170 cm).
  • Gewicht vlak voor afkalven: 620 Kg is gewenst. De dieren wegen dan 550 Kg na het kalven.
De onderstaande tabel geeft het ideale groeipatroon weer voor Holsteins die afkalven op 21 maanden ( groene lijn), 24 maanden ( blauwe lijn) of 27 maanden (rode lijn). U kan ook zelf nagaan of uw jongvee voldoet aan de groeiverwachting door dit bestand te downloaden: PDF groeicurve jongvee.

Het is dikwijls makkelijker om de borstomtrek te meten dan de dieren te wegen.
Borstomtrek omzetten naar lichaamsgewicht doet u met de volgende tabel:

Borstomtrek
Gewicht
Borstomtrek
Gewicht
76
43
141
229
81
51
146
252
86
60
151
276
91
70
156
302
96
80
161
329
101
93
166
357
106
106
171
387
111
120
176
419
116
135
181
452
121
151
186
487
126
169
191
524
131
188
196
553
136
208

Er bestaan ook nog andere kengetallen waaraan uw jongveeopfok moet voldoen.
De belangrijkste staan hieronder vermeld:

Kengetal Streefcijfer
sterfte (van geboorte tot kalven) 10% of minder
sterfte eerste dag 6% of minder
sterfte tussen dag 1 en dag 30 2% of minder
sterfte tussen dag 31 en dag 60 1% of minder
sterfte vanaf derde maand tot kalving 1% of minder
   
kalveren met diarree 20% of minder
kalveren met griep 6% of minder
pinken erg mank 5% of minder
   
drachtig na eerste inseminatie 70%
Aantal inseminaties per dracht 1,3%
pinken die verwerpen 4 % of minder
moeilijke geboortes bij afkalven 5% of minder