Geboorte

Het belang van een goede biestverstrekking kan niet worden overschat. De hoeveelheid biest dat een kalf de eerste 12 uur opneemt, is omgekeerd evenredig met het sterftepercentage in de eerste levensmaand. De antistoffen in de biest moeten in de eerste plaats voorkomen dat het kalf diarree krijgt. Het kalf moet binnen de 6 uur, 4 liter biest opgenomen hebben. Tracht bij de eerste drinkbeurt (onmiddellijk tot max. 2 uur na geboorte) zoveel mogelijk biest in het kalf te krijgen. Tijdens de tweede drinkbeurt zal het kalf namelijk altijd slechter drinken. Indien het kalf niet wil drinken, kan je het altijd nog drenchen met een slokdarmsonde (enkel doen met biest). Geef ook steeds een deel biest van de eigen moeder. Het kalf zal een extra type antistoffen opnemen indien het op zijn minst een deel biest (0,5L is al genoeg) van de eigen moeder drinkt. Het is beter het kalf na de geboorte onmiddellijk weg te halen bij de moeder. Een koe met paratuberculose kan haar kalf besmetten indien het na de geboorte bij haar blijft.

Ontsmet de navel van het kalf onmiddellijk na de geboorte. Joodtinctuur op de navel gieten is efficiënt en gaat snel. Pasgeboren kalveren horen thuis in een vers ingestrooide éénlingbox met een eigen (speen) emmer.